De afgelopen tijd ben ik een hoop modellen tegengekomen over social media. De komende tijd zet ik ze in een aantal artikelen op een rijtje onder de naam Social media’s next top model. Het eerste artikel in deze serie ging over het Enterprise Social Media Maturity Model. Deze tweede aflevering gaat over het W3 model.
Communities beoordelen met het W3 model
Het W3 model is gemaakt om communities te beoordelen. Het model is bedacht door Lode Broekman en in drie artikelen beschreven op het weblog MarketingFacts (1, 2 en 3). Een organisatie die erover nadenkt om een online sociaal netwerk of een community te beginnen, kan het model in de planfase, maar ook tijdens een evaluatie, gebruiken om de kans op succes te vergroten. Het W3 model draait om drie vragen: Waarom, wat en wie.
Waarom?
Het W3 model stelt dat wanneer je een community beoordeelt je de vraag moet stellen waarom de community eigenlijk bestaat, of waarom je ermee zou starten. Welke belangen hebben (potentiële) gebruikers en welke belangen heeft de beheerder/eigenaar bij het bestaan van de community. Wanneer deze belangen te ver uit elkaar liggen zou dit in de toekomst tot conflicten kunnen leiden, als de community überhaupt al van de grond komt. Concrete deelvragen die je helpen de waaromvraag te beantwoorden zijn bijvoorbeeld de volgende:
Wat is de bestaansreden en hoe is de community tot stand gekomen?
Wat is de relevantie, danwel het onderscheidend vermogen?
Wat voegt deze community nu toe aan reeds bestaande communities?
Welke behoefte wordt er vervuld door de nieuwe toetreder op het communityfront?
Wat zijn de killer apps voor de leden van de community?
Wie?
Een community bestaat uiteindelijk natuurlijk vooral uit mensen. Over het algemeen zijn deze in drie groepen in te delen: de leden, de beheerder(s) en de adverteerder(s). Al deze drie moeten zichzelf een passende online identiteit kunnen aanmeten. Het W3 model stelt dat de online identiteit van gebruikers voornamelijk door vier componenten wordt bepaald:
Wie ben ik?
Wie ken ik?
Waar ben ik of waar ga ik naar toe?
Wat doe ik of wat ga ik doen?
Om succesvol te zijn moet een community deze vier elementen goed hebben geïntegreerd. Als we kijken naar hoe Hyves dit doet dan is dat als volgt. Gebruikers hebben uitgebreide mogelijkheden om te laten zien wie ze zijn in hun profiel. Van de basisschool waar je vroeger les had tot de krant die je leest, van een profielfoto tot je verjaardag tot je adres, Hyves stelt gebruikers op alle mogelijke manieren in staat om te laten zien wie ze zijn. Gebruikers kunnen door het aangaan van relaties (‘vrienden worden’) laten zien wie ze allemaal kennen. Ook biedt Hyves de mogelijkheid om kenbaar te maken wat je relatie met die persoon precies inhoudt. Is het een familielid of iemand die je uit de kroeg kent? Gebruikers hebben verder met de WieWatWaar-functie een manier om te laten zien waar ze zijn en wat ze doen. Naar mijn gevoel zijn deze elementen het minst uitgewerkt op Hyves.
De identiteit van de beheerder is ook belangrijk. Een beheerder moet de ontwikkeling van zijn netwerk stimuleren maar tegelijkertijd niet te opdringerig zijn. Het is dus belangrijk om hier bewust mee bezig te zijn. De identiteit van de adverteerder is misschien nog wel de lastigste. Een adverteerder kan ervoor kiezen om op te gaan in het netwerk en als een kameleon te opereren, of hij kan algemene uitingen plaatsen en als een olifant te werk gaan. Adverteerders zijn meestal niet geliefd en kunnen maar zo een misstap begaan wanneer zij zich te diep in de community ingraven. Zo ging het Ministerie van Justitie in een campagne op Hyves onzorgvuldig met gebruikersgegevens om. Dit terwijl de campagne erop gericht was om mensen te stimuleren zorgvuldig met hun gegevens om te gaan. Auw.
Wat?
In actieve netwerken of gemeenschappen delen mensen dingen (content) met anderen (interactie). Wanneer er niks gedeeld wordt, is een netwerk inactief en is het slechts een verzameling visitekaartjes. Het is dus belangrijk voor het succes van een community dat er makkelijk content met anderen gedeeld kan worden en dat het delen van content gestimuleerd wordt. Hier ligt een taak voor de beheerder. Hij zal zich goed moeten afvragen wat voor content leden van zijn community zullen willen delen, wie ze dat willen doen (alleen met hun ‘vrienden’ of met de hele community) en hoe ze dat willen doen. Stimuleer bijvoorbeeld ook fysieke ontmoetingen tussen gebruikers door een evenement te organiseren voor de leden van je community.
Het oordeel
Het W3 model is een nuttig model voor het opzetten van communities en netwerken. Het biedt duidelijke kaders om de ontwikkeling van je community te structuren. Het model mist helaas wel theoretische onderbouwing. Ook mist het een grafische weergave, iets dat er voor zou kunnen zorgen dat het model wat makkelijker te begrijpen wordt. Dit artikel is mede daardoor ook behoorlijk lang geworden!
Wil je meer weten over hoe jouw organisatie succesvol kan zijn met online communities en sociale netwerken? Ik help je daar graag bij. Neem nu vrijblijvend contact op.
Regelmatig verstuur ik een nieuwsbrief met daarin de beste artikelen die ik online ben tegengekomen over social media, web 2.0, innovatie en strategie. Schrijf je nu in:
Social media’s next top model (2)
De afgelopen tijd ben ik een hoop modellen tegengekomen over social media. De komende tijd zet ik ze in een aantal artikelen op een rijtje onder de naam Social media’s next top model. Het eerste artikel in deze serie ging over het Enterprise Social Media Maturity Model. Deze tweede aflevering gaat over het W3 model.
Communities beoordelen met het W3 model
Het W3 model is gemaakt om communities te beoordelen. Het model is bedacht door Lode Broekman en in drie artikelen beschreven op het weblog MarketingFacts (1, 2 en 3). Een organisatie die erover nadenkt om een online sociaal netwerk of een community te beginnen, kan het model in de planfase, maar ook tijdens een evaluatie, gebruiken om de kans op succes te vergroten. Het W3 model draait om drie vragen: Waarom, wat en wie.
Waarom?
Het W3 model stelt dat wanneer je een community beoordeelt je de vraag moet stellen waarom de community eigenlijk bestaat, of waarom je ermee zou starten. Welke belangen hebben (potentiële) gebruikers en welke belangen heeft de beheerder/eigenaar bij het bestaan van de community. Wanneer deze belangen te ver uit elkaar liggen zou dit in de toekomst tot conflicten kunnen leiden, als de community überhaupt al van de grond komt. Concrete deelvragen die je helpen de waaromvraag te beantwoorden zijn bijvoorbeeld de volgende:
Wie?
Een community bestaat uiteindelijk natuurlijk vooral uit mensen. Over het algemeen zijn deze in drie groepen in te delen: de leden, de beheerder(s) en de adverteerder(s). Al deze drie moeten zichzelf een passende online identiteit kunnen aanmeten. Het W3 model stelt dat de online identiteit van gebruikers voornamelijk door vier componenten wordt bepaald:
Om succesvol te zijn moet een community deze vier elementen goed hebben geïntegreerd. Als we kijken naar hoe Hyves dit doet dan is dat als volgt. Gebruikers hebben uitgebreide mogelijkheden om te laten zien wie ze zijn in hun profiel. Van de basisschool waar je vroeger les had tot de krant die je leest, van een profielfoto tot je verjaardag tot je adres, Hyves stelt gebruikers op alle mogelijke manieren in staat om te laten zien wie ze zijn. Gebruikers kunnen door het aangaan van relaties (‘vrienden worden’) laten zien wie ze allemaal kennen. Ook biedt Hyves de mogelijkheid om kenbaar te maken wat je relatie met die persoon precies inhoudt. Is het een familielid of iemand die je uit de kroeg kent? Gebruikers hebben verder met de WieWatWaar-functie een manier om te laten zien waar ze zijn en wat ze doen. Naar mijn gevoel zijn deze elementen het minst uitgewerkt op Hyves.
De identiteit van de beheerder is ook belangrijk. Een beheerder moet de ontwikkeling van zijn netwerk stimuleren maar tegelijkertijd niet te opdringerig zijn. Het is dus belangrijk om hier bewust mee bezig te zijn. De identiteit van de adverteerder is misschien nog wel de lastigste. Een adverteerder kan ervoor kiezen om op te gaan in het netwerk en als een kameleon te opereren, of hij kan algemene uitingen plaatsen en als een olifant te werk gaan. Adverteerders zijn meestal niet geliefd en kunnen maar zo een misstap begaan wanneer zij zich te diep in de community ingraven. Zo ging het Ministerie van Justitie in een campagne op Hyves onzorgvuldig met gebruikersgegevens om. Dit terwijl de campagne erop gericht was om mensen te stimuleren zorgvuldig met hun gegevens om te gaan. Auw.
Wat?
In actieve netwerken of gemeenschappen delen mensen dingen (content) met anderen (interactie). Wanneer er niks gedeeld wordt, is een netwerk inactief en is het slechts een verzameling visitekaartjes. Het is dus belangrijk voor het succes van een community dat er makkelijk content met anderen gedeeld kan worden en dat het delen van content gestimuleerd wordt. Hier ligt een taak voor de beheerder. Hij zal zich goed moeten afvragen wat voor content leden van zijn community zullen willen delen, wie ze dat willen doen (alleen met hun ‘vrienden’ of met de hele community) en hoe ze dat willen doen. Stimuleer bijvoorbeeld ook fysieke ontmoetingen tussen gebruikers door een evenement te organiseren voor de leden van je community.
Het oordeel
Het W3 model is een nuttig model voor het opzetten van communities en netwerken. Het biedt duidelijke kaders om de ontwikkeling van je community te structuren. Het model mist helaas wel theoretische onderbouwing. Ook mist het een grafische weergave, iets dat er voor zou kunnen zorgen dat het model wat makkelijker te begrijpen wordt. Dit artikel is mede daardoor ook behoorlijk lang geworden!
Wil je meer weten over hoe jouw organisatie succesvol kan zijn met online communities en sociale netwerken? Ik help je daar graag bij. Neem nu vrijblijvend contact op.